Nomads onderscheidt zich met kleinschalige creativiteit

De eerste weekender van Nomads Festival zag afgelopen zaterdag en zondag het levenslicht. We waren erbij.

Onlangs was in een interview met oprichter Sam Taselaar te lezen hoe Nomads Festival de afgelopen jaren een intiem alternatief is geworden voor grootmacht Awakenings. Onder het credo ‘house, hippies en vrouwen in de meerderheid’ weet een trouw groepje mensen sinds 2013 het festival elk jaar weer te vinden.

Dat het een klein en intiem festival is, hebben we geweten. De locatie, het Amsterdamse Rhonepark, is nog geen 300 meter lang en 70 meter breed, maar daarmee uitermate geschikt voor de sfeer die het festival wil overbrengen. Met houten beschuttingen werd het park van de omringende industrie afgesloten, en wie de commerciële hoogbouw rondom station Sloterdijk even negeerde, kon zich volledig focussen op wat er zich binnen allemaal afspeelde.

Van plek naar plek

Van tevoren hadden weinig mensen gedacht dat vier stages, een nomadische markt, diverse eet- en dranktentjes, voorzieningen en 5000 bezoekers in het oppervlak zouden passen. Nomads bewees echter het tegendeel. Ondanks de beperkte speelruimte bleven de rijen kort met weinig gedrang, en kon men zich – zoals nomaden betaamt – vrij van plek naar plek begeven.

Dan de muziek, die op zaterdag vooral gekenmerkt werd door funky house en disco. Vaste partners Lumberjacks in Hell en Slapfunk Records presenteerden zichzelf als gastheer voor twee gelijknamige stages, naast Baskets Soundsystem en The Oasis, laatstgenoemde het grootste podium van allen. Bij The Oasis konden we genieten van onder andere Philou Louzolo en househeld Kenny Dope. Philou Louzolo deed daar waar hij goed in is: futuristische afro-tech draaien waar elektronisch en traditionele Afrikaanse zang bijeenkomen. En als je Kenny Dope zegt, zeg je het nummer The Bomb (ft. The Bucketheads) uit 1995. Naast deze knaller van een plaat kan je de beste man ook gewoon uitnodigen om andere house uit zijn tijdperk te draaien, soms zelfs met acid-tintjes, tot genoegen van de aanwezigen. Bij Slapfunk werd de melodie meer achterwege gelaten en kon je dieper gaan op de grooves van onder meer frontman Samuel Deep.

Discoparade

Wanneer de avond valt bezoeken we de Lumberjacks stage, waar we meteen tot de conclusie komen dat we er tot het einde blijven. Jamie 3:26 is daar op dat moment aan een ongekende discoparade bezig, waarin de ene klassieker na de andere volgt. Nummers als Bad for me van Dee Dee Bridgewater werden hier in een dansbaar jasje gestopt, aanhoudend begeleid door een geschikte groovy housebeat. Het is precies de muziek die past bij de kleine, zwoele stage waar we ons bevinden en bovendien het soort tune waar we op dat moment zin in hebben. De kleine setting, bestaande uit gezellige mensen die losgaan, in combinatie met 32 graden op de thermometer, zorgden voor een heet einde van deze mooie dag.

Je zou bijna vergeten dat er op zondag ook gewoon werd gefeest. Op een bijzondere manier, want Nomads nodigde de op die dag geboekte dj’s uit om zelf de opstelling in elkaar te zetten. Dit resulteerde in een timetable waarin vier trio’s een tien uur durende marathon voor hun rekening namen, waaronder de triade Tom Trago, Cinnaman & Elias Mazian. Eentje waar we op voorhand geen nee tegen zouden zeggen, maar die we helaas wel hebben moeten missen.

Het is juist deze creativiteit die Nomads Festival in zo’n weekend onderscheidt van andere, grotere en massale festivals. Het kleine festivalterrein, waar geen line-up noch plattegrond aan de bezoekers wordt gepresenteerd, staat in schril contrast tot de uitgekristalliseerde organisatie van bijvoorbeeld een Awakenings. Ook het muziekaanbod van Nomads, waarin lokaal talent zich afwisselt met wat bekendere namen, vormen een lucratief house-alternatief voor het zwaardere technogehalte van de grotere tegenhangers. Hou je van dit eerste, voeg je dan vooral bij the tribe die elk jaar weer verder trekt om ‘het leven en de liefde te vieren’.