The Crave Festival is een eigenzinnige ode aan de roots van de muziek

Het Haagse The Crave biedt naar eigen zeggen een alternatief voor grote festivals als Open Air en Free Your Mind. Wij namen de proef op de som.

Na een week met veelal tropische temperaturen binnen aan het werk te zijn geweest, kon het weekend met The Crave Festival me niet snel genoeg arriveren. Erg jammer als blijkt dat, nadat ik dag na dag de verleidelijke zonnestralen heb moeten negeren, diezelfde stralen op deze festivaldag nogal afwezig zijn.

Bij mijn binnenkomst op het terrein in het Zuiderpark blijkt gelukkig dat Soichi Terada het zonnetje zelve is. De Japanner met uitbundige bakkebaarden zou zelfs onweer met stortbuien doen vergeten. Barstend van de energie, dansend op de tafels, zwaaiend met microfoon en solerend op synthesizers rijgt hij de ene na de andere discoklapper aan elkaar op een heerlijk dansbare beat. Een entertainer pur sang, uit volle borst beaamt door het publiek bij de stage van PIP.

Met de bewolkte hemel al lang in het achterhoofd is het na Soichi tijd voor een klein rondje over het terrein. Het ruimopgezette terrein is dusdanig ingericht dat het niet voelt als gewoon een stukje park, maar een intiem dorp gebouwd voor liefhebbers. Mysterieus verlichte bospaadjes, uit boomstammen en pallets bestaande chillplekken en zorgvuldig ontworpen stages geven The Crave een eigen karakter mee. Vooral de uit containers opgebouwde mainstage is met Strobert’s lichtshow en een flinke lading rook een wonderlijke verschijning.

© Pierre Zylstra / The Crave Festival

Hiphop-attitude

Op die mainstage zie ik aan het eind van de middag Aurora Halal, die het publiek voornamelijk trakteert op energieke techno. Toch laat ze, zoals ik al een beetje van haar hoopte, met tracks als Trappist (The Mover Remix) ook een vleugje electro doorschemeren. Met Den Haag als bakermat biedt het festival het genre een prominente plek; niet alleen te zien aan wat boekingen hier en daar, maar ook aan een stage gehost door Intergalactic FM en Crème Organization, waar ‘electro all day’ het devies is.

Ook op de stage van District25 horen we electro terug. Na een zomerse, funky set van Levon Vincent zien we hier Egyptian Lover. De Amerikaan windt met zijn hiphop-attitude het publiek met verrassend weinig moeite om zijn vinger. Een set vol virtuositeit met vinyl, dansjes, poses, solo’s op de befaamde 808 en vooral frases als ‘We want some pussy’ die het publiek slikt als zoete koek. Zelfs nog meer dan Terada is de veteraan een entertainer zoals je ze weinig ziet in de elektronische muziek.

© Pierre Zylstra / The Crave Festival

Ode aan de roots

Meer electro en vooral ook flink wat acid horen we vervolgens bij I-F als Beverly Hills 808303 en disco knalt opnieuw uit de speakers als Matrixxman zijn set afsluit. The Crave is meer dan je dagelijkse festival een ode aan de roots van de elektronische muziek. En dat allemaal op een terrein waar je u tegen zegt, met een hoop eigenzinnige, goedgehumeurde bezoekers. Als de avond valt, dan gebeurt er iets, om in de woorden van oprichter Lex Rutjes te blijven. Dat je je even niet meer in Zuiderpark waant, daar is geen woord aan gelogen. Vooral de mainstage, waar de lichten van Strobert en de ladingen rook nu ook echt tot hun recht komen, laat amper nog wat zien van de plek die hier eigenlijk schuilt.

Afsluiters heb ik dan nog niet eens genoemd. Op de kleinere stages van PIP en District25 kon je als liefhebber terecht voor lange trips. Zowel DJ Sotofett als Ben UFO’s Hessle Audio Trio verzorgden sets van vier uur. Beginnen met de zon nog op en eindigen als de duisternis al dik over het festival hangt: wonderlijk. Op de stage van I-F is het slotwoord aan Detroit-legende DJ Stingray en op de mainstage verzorgde Blawan in de vorm van een voortdenderende technotrein voor ons een fijn einde. Ik kan niet anders dan beamen dat The Crave ook daadwerkelijk een mooi alternatief biedt voor hen die alles al gezien hebben.